Huurrecht; de verhuiskostenvergoeding bij renovatie

In een recente uitspraak van de Rechtbank Midden-Nederland kwam het recht op een verhuiskostenvergoeding aan de orde. Wat was er aan de hand?

De verhuurder van woonruimte was voornemens groot onderhoud en renovatie uit te laten voeren aan een wooncomplex. Inmiddels waren meer dan 70% van de bewoners akkoord. Op basis van artikel 7:220 lid 3 BW wordt in zo’n geval het renovatievoorstel vermoed redelijk te zijn. De huurder in deze zaak ging echter niet akkoord met het renovatievoorstel en vroeg de rechter om de redelijkheid van dit voorstel.

Tijdens de mondelinge behandeling bleek echter dat de huurder niet de werkzaamheden in het gehuurde tegen wilde houden. Het ging de huurder om de verkrijging van een redelijke vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten gebaseerd op basis van artikel 7:220 lid 5 BW. Op basis van dit wetsartikel is de verhuurder namelijk gehouden bij te dragen in de kosten van verhuizing indien door de renovatie verhuizing noodzakelijk is.

De rechtbank verwijst naar wet en jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:726) waaruit blijkt dat een verhuiskostenvergoeding alleen gevraagd kan worden als de renovatiewerkzaamheden een verhuizing noodzakelijk maken. Volgens de kantonrechter is het vervangen van de keuken, badkamer, WC, radiatoren en de balkonbalustrade aan te merken als groot onderhoud. Het vervangen van de geveldelen met kozijnen ziet de kantonrechter als renovatie; de nieuwe ramen zullen namelijk beter isoleren.

Omdat het vervangen van de geveldelen met daarin de kozijnen en de ruiten in één dag kon gebeuren was het voor de huurder niet nodig om te verhuizen. Omdat alleen het vervangen van de geveldelen met kozijnen te zien zijn als renovatiewerkzaamheden, is de conclusie van de rechtbank dat de renovatiewerkzaamheden het niet noodzakelijk maken om te verhuizen; de verhuiskostenvergoeding wordt niet toegewezen.

Een andere reden waarom de verhuiskostenvergoeding niet kan worden toegewezen is omdat geen sprake is van een verhuizing. De verhuurder heeft de huurder namelijk een tijdelijke gemeubileerde logeerwoning aangeboden voor de duur van zes weken. Het is dan voor de huurder niet nodig om te verhuizen met alle spullen. De huurder hoeft zijn huis slechts tijdelijk te verlaten en in de huurwoning moeten slechts enkele meubels worden verschoven om de werkzaamheden uit te kunnen voeren.

Rechtbank Midden – Nederland, 2 januari 2019 (ECLI:NL:RBMNE:2019:66)

Contactinformatie
Björn de Smit, Advocaat Bouwrecht, Huur & Koop
E-mail: desmit@marxman.nl / Telefoonnummer: 033 450 8000