20 november 2019
Verschuiving peilmoment of bezwaar-/beroepschrift op tijd is?

Is uw bezwaarschrift wel of niet op tijd ingediend? Het indienen van processtukken kan nogal eens tot stressvolle situaties leiden. De in het Nederlandse bestuursrecht gehanteerde termijnen zijn immers fataal, dat houdt in dat als u een processtuk te laat indient het processtuk niet-ontvankelijk wordt verklaard. U hebt dan geen inhoudelijke zaak meer. Dit wordt misschien anders als het peilmoment verschuift.

Als uitgangspunt geldt voor het indienen van processtukken namelijk de ontvangsttheorie. Oftewel, de datum waarop het stuk door de overheid wordt ontvangen, is bepalend. Volgens vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: “Afdeling“) geldt voor verzending via PostNL echter de verzendtheorie. Met andere woorden, de datum waarop een processtuk wordt verzonden is bepalend. Menig  ondernemer of advocaat maakt voor het verzenden van processtukken dan ook gebruik van PostNL. Processtukken kunnen dan immers later verzonden worden en toch ontvankelijk zijn als zij alsnog binnen een week “binnen” zijn.

Naar aanleiding van een baanbrekend arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: “Hof“) kan deze Nederlandse verzendtheorie mogelijk niet langer stand houden. Wat betekent dit voor de praktijk? >>>Klik hier

Aanleiding voor deze uitspraak is een schadevergoedingsprocedure in Polen. Het beroepschrift van de betrokkene wordt twee dagen na het verstrijken van de termijn in hoger beroep ontvangen, waardoor het hoger beroep niet-ontvankelijk is. Voor de vraag of het hoger beroep op tijd is ingediend geldt in Polen namelijk, net als in Nederland, dat alleen bij de universele postdienst gekeken wordt naar de dag van indiening van het beroepschrift. De PostNL van Polen als het ware. Aan het Hof is de vraag voorgelegd of deze verzendtheorie in strijd is met de Europese Postrichtlijn.

Het Hof oordeelt dat een bepaling die enkel een voorrecht toekent aan de universele postdienst, in de zin dat de verzendtheorie alleen geldt bij de verzending van gerechtelijke stukken via de universele postdienst, kwalificeert als een exclusief of bijzonder recht. Dit is in strijd met artikel 7 van de Europese Postrichtlijn en is dus niet toegestaan.
Het uitgangspunt is dat dit verbod volgens het Hof ook voor aangetekende verzendingen geldt, tenzij sprake is van een rechtvaardiging wegens redenen van openbare orde of veiligheid.

De uitspraak van het Hof heeft grote gevolgen voor de invulling van de verzendtheorie in Nederland. Recentelijk nog oordeelde de rechtbank Den Haag al dat het zonder goede reden niet is toegestaan om de verzendtheorie voor één postdienst te laten gelden. Voor de praktijk betekent dit dat de verzendtheorie of voor alle postvervoerbedrijven moet gaan gelden, of de ontvangsttheorie voortaan ook voor PostNL van toepassing is.

Wij menen dat het nu aan de Afdeling is om duidelijkheid te geven over de invulling van de verzendtheorie, omdat de huidige verzendtheorie gebaseerd is op vaste rechtspraak van de Afdeling. Wellicht ontstaat er meer ruimte om andere postaanbieders te gebruiken, zodat u minder snel te laat bent met het maken van bezwaar of het instellen van beroep. Wij houden u uiteraard op de hoogte indien hierover meer duidelijkheid komt!

Hof van Justitie, 27 maart 2019 (ECLI:EU:C:2019:260)
Rechtbank Den Haag, 22 augustus 2019 (ECLI:NL:RBDHA:2019:8610)

Contact informatie
Werner Altenaar, advocaat bestuursrecht, sectie Vastgoed & Overheid
E-mail: altenaar@marxman.nl / Telefoonnummer; 033 – 450 8000

Amber Nieuwkamp, juridisch medewerker sectie Vastgoed & Overheid
E-mail: nieuwkamp@marxman.nl / Telefoonnummer; 033 – 450 8000