23 december 2019
Gemengde overeenkomsten: de toepassing van art. 6:215 BW

Soms kan een overeenkomst voldoen aan de wettelijke definitie van meer dan één overeenkomst. Heb je dan te maken met een gemengde overeenkomst of met twee losse overeenkomsten? En, welke wettelijke bepalingen zijn dan van toepassing?

Artikel 6:215 Burgerlijk Wetboek geeft een aanwijzing voor het geval een overeenkomst geheel voldoet aan de wettelijke definities van verschillende bijzondere overeenkomsten uit de wet. Bijzondere overeenkomsten zijn in het Burgerlijk Wetboek geregeld in Boek 7, 7a en 8. De vereisten voor de toepassing van het artikel zijn:

  • één overeenkomst;
  • beantwoordt in zijn geheel aan;
  • de definitie van meerdere bijzondere overeenkomsten uit de wet.

Op basis van het artikel wordt de combinatietheorie toegepast; de wettelijke regels van de beide overeenkomsten worden toegepast. Het gevolg van de combinatietheorie is dat zodoende de dwingend rechtelijke bepalingen van beide overeenkomsten van toepassing zijn. Dit maakt dat een betrokkene zich kan beroepen op de bescherming die bij beide overeenkomsten komt kijken.

Het artikel geeft slechts een aanwijzing; het is geen verplichting. De rechter heeft daardoor een grote mate van vrijheid. De vrijheid van de rechter komt met name van pas (en tot uiting) wanneer een geschil bij de rechter voor ligt en de bepalingen van meerdere overeenkomsten daarop kunnen worden toegepast. De rechter kan dan zelf een oordeel vellen over de vraag welke bepaling toegepast dient te worden.

Het artikel kent zelf ook twee uitzonderingen op de vuistregel. Het artikel wordt niet toegepast indien:

  • toepassing van de verschillende wettelijke bepalingen leidt tot tegenstrijdige resultaten; of
  • de aard van de overeenkomst zich verzet tegen toepassing van alle in aanmerking komende wettelijke bepalingen.

In deze gevallen bestaat de vrijheid om te kiezen welke wettelijke bepalingen toegepast zullen worden. Op sommige plaatsen in de wet wordt die vrijheid beperkt. Bijvoorbeeld bij de huur van woonruimte en de huur van bedrijfsruimte.

Hoe pakt dit uit in de situatie dat er bijvoorbeeld sprake is van een overeenkomst van aanneming van werk en een koopovereenkomst? In de literatuur wordt daar verschillend over gedacht. In sommige situaties is er heel duidelijk sprake van twee losse overeenkomsten. Maar, het kan ook zijn dat je de beide overeenkomsten alleen samen kan sluiten. In de laatste situatie zeggen sommige auteurs dat er sprake is van een gemengde overeenkomst.

Heb jij te maken met een situatie waarbij twee soorten overeenkomsten van toepassing zijn? Wij kijken graag met je mee!

Contactinformatie
Björn de Smit, Advocaat Aanbestedingen, Bouw en Contracten
E-mail: desmit@marxman.nl / Telefoonnummer: 033 450 8000

Jasminke Meester, Juridisch medewerker Aanbestedingen, Bouw en Contracten
E-mail: meester@marxman.nl / Telefoonnummer: 033 450 8000